Werkwoordspelling ott - vo 1

Informatie vooraf: de begrippen

Lees de tekst aandachtig door. In de tweede oefening dien je deze woorden in te vullen.
Het werkwoord kun je in een zin in verschillende vormen tegenkomen.
De eerste vorm staat er bijna altijd in. Het is de persoonsvorm. Dit is meestal het tweede zinsdeel: |De computerexpert |formatteerde| de harde schijf.|
Achterin de zin staat vaak de tweede vorm: het voltooid deelwoord. (|De winkelier| heeft |het nieuwe programma| verkocht|.) Ook treffen we daar de derde vorm soms aan namelijk de infinitief (|De puber| kan| zijn zin|niet| krijgen|.) .
De persoonsvorm, het voltooid deelwoord en de infinitief zijn als woordsoort nog echte werkwoorden.
We kennen nog twee andere vormen die afgeleid zijn van het werkwoord. De meest voorkomende is het bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het voltooid deelwoord. Kijk maar naar ‘de geselecteerde speler’
De laatste is het onvoltooid deelwoord, dat afgeleid is van het hele werkwoord: De snotterende docent liep snuitend over de gang.

Heel veel met deze oefeningen.