De meeste, stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen op 'en'. Enkele niet.
01
Langs het fietspad is een (aarde) geluidswal aangelegd.
02
De (hout) pui van de erker is vervangen door een (aluminium) kozijn.
03
Op die (corduroy) broek staat een (leer) jasje.
04
In deze stevige (karton) verhuisdoos verpakken we de (porselein) pop.
05
Met de versleten, (katoen) onderbroek poetst mijn oom zijn (metaal) velgen.